Privacy policy

Ik houd me aan de ethische code van de Academy voor Coaching en Counselling.
Daarin staan de volgende belangrijke punten in verband met uw privacy.

Ik houd me als counsellor strikt aan de Nederlandse wet en aan de ethische codes. Ik communiceer vooraf met mijn cliënten dat de meeste zaken vertrouwelijk zijn, maar dat het mogelijk is, dat ik in gevallen dat de Nederlandse wet het voorschrijft, informatie zal onthullen. Als die situatie mocht voorkomen, dan overleg ik dit eerst met mijn cliënt en supervisor of intervisiegroep. Een moeilijkheid kan ontstaan als wetten veranderen en er met terugwerkende kracht informatie onthuld dient te worden.

B.3 Vertrouwelijkheid.

B.3.1 Vertrouwelijkheid is een manier om voor je cliënt een veilige privé sfeer te scheppen en de autonomie van je cliënt te beschermen. Daarom zal het beperken van de vertrouwelijkheid de effectiviteit van het counsellen vaak doen afnemen.
B.3.2 In het counselcontract staat tot welk niveau de vertrouwelijkheid gaat en wat de mogelijke grenzen er aan zijn. Deze overeenkomst kan herzien worden door onderhandeling tussen de cliënt en de counsellor. Afspraken m.b.t. de vertrouwelijkheid blijven ook bestaan na de dood van de cliënt of counsellor, tenzij er doorslaggevende wettelijke of ethische overwegingen zijn om die te breken.
B.3.3 De Setting.
B.3.3.1 Je dient je cliënt in te lichten over eventuele beperkingen van de vertrouwelijkheid die mogelijk binnen een setting kunnen ontstaan, zoals door het werken in een multidisciplinair team of voor een organisatie / instelling waaraan je zou moeten rapporteren onder bepaalde omstandigheden. Die beperkingen dienen duidelijk in het contract te staan.
B.3.3.2 Onder bepaalde omstandigheden zijn er specifieke beperkingen m.b.t. de vertrouwelijkheid. Als je binnen zo’n setting werkt, dan dien je jezelf bewust te zijn van het effect dat het heeft op je werk als counsellor. Je kunt beslissen of je al dan niet in die setting wilt werken. Door te weinig vertrouwelijkheid kan counselling een stuk minder effectief zijn of zelfs zinloos worden.
B.3.4 Bijzondere omstandigheden.
B.3.4.1 Bijzondere omstandigheden kunnen ontstaan als je goede redenen hebt om aan te nemen dat er gevaar kan ontstaan voor je cliënt of andere mensen. In zulke gevallen dien je, indien mogelijk, met je cliënt te bespreken of de overeenkomst m.b.t. geheimhouding mogelijk veranderd kan worden. De beslissing om de vertrouwelijkheid te breken dient besproken te worden met je supervisor, je intervisiegroep of een ervaren collega.
B.3.4.2 Bij iedere onthulling van vertrouwelijke informatie dien je uiterst zorgvuldig te werk te gaan en mag je nooit meer onthullen dan strikt noodzakelijk. Bij de ethische afweging dien je zo veel mogelijk de belangen van je cliënt en je verantwoordelijkheden naar de gemeenschap te dienen.
B.3.4.3 Counsellors hebben verschillende meningen over het al dan niet breken van de geheimhouding. Het gaat dan om zaken zoals potentiële zelfbeschadiging, zelfmoord of schade toebrengen aan anderen. Je dient hierover je standpunt te bepalen en dit kenbaar te maken voordat je begint met het counsellen.
B.3.5 Omgaan met vertrouwelijkheid.
B.3.5.1. Je dient de identiteit van je cliënten apart te bewaren van de eventuele dossiers.
B.3.5.2 Vooraf dien je duidelijke maatregelen te nemen voor veilige vernietiging van eventuele dossiers, zeker in het geval je hiertoe plotseling niet meer in staat bent of komt te overlijden.
B.3.5.3 Je dient er voor te zorgen dat er nooit vertrouwelijke informatie achterhaald kan worden via overlappende netwerken van (vertrouwelijke) relaties.
B.3.5.4 Als je vertrouwelijk materiaal gebruikt voor casestudies, rapporten of publicaties, dan dien je hiervoor schriftelijk toestemming van je cliënt te hebben en dient de identiteit van je cliënt altijd effectief verhuld te blijven.
B.3.5.5 Iedere discussie over je werk als counsellor met je collega’s of anderen dient doelgericht te zijn en niet bagatelliserend.
B.3.5.6 Je dient er goed op te letten dat je de identiteit van je cliënten altijd beschermt. Ook in discussies met collega’s of tijdens je supervisie- of intervisiegesprekken.
B.3.5.7 De cliënt kan zijn recht op privacy alleen opgeven uit vrije wil.